Schermen

In sommige landen is het verboden om de reuzenberenklauw te verspreiden. Hier zijn we nog niet zo ver, maar het besef begint toch langzamerhand door te dringen dat het niet verstandig is om deze plant in de eigen omgeving te zaaien. Bijna iedereen kent de brandwonden die door aanraking met de reuzenberenklauw kunnen ontstaan.

De reuzenberenklauw is een mooi voorbeeld van een cultuurvolger, omdat de zaden zich via corridors door het land verspreiden: de zaden worden meegezogen in de slipstream van vrachtwagens en treinen en vormen zo een erehaag langs snelwegen en spoorlijnen. Van daaruit wordt de rest van Nederland gekoloniseerd.

Reuzenberenklauwen mogen dan voor overlast zorgen – hun bloemen zijn spectaculair. De reusachtige bloemschermen zijn fotogeniek door hun structuur; ze lijken met een wiskundige regelmaat gecconstrueerd; de individuele kleine bloemen vallen nauwelijks op, maar samen vormen ze een menigte van parapluutjes die van grote afstand indruk maakt.

 

Wij hebben nogal wat inheemse schermbloemen, maar je vindt er weinig goede tuinplanten onder. Wilde peen, wilde pastinaak en zevenblad zijn mooi in bermen en langs slootkanten, maar ze woekeren en in de tuin kun je er weinig mee. Tenzij u een heemtuin heeft natuurlijk.

Toch zijn er genoeg uitheemse schermbloemen die zich gezeggelijk gedragen en waaraan u geen brandwonden overhoudt.

 

<< Ammi visnaga

Selinum wallichianum, karwijselie, wordt weleens de koningin van de schermbloemen genoemd. Het is een soort veredeld fluitenkruid, met fijnverdeeld blad en witte bloemschermen aan rood aangelopen stengels. De plant houdt van voedzame, maar vooral droge grond. Karwijselie kan veel vorst hebben, maar is niet gegarandeerd winterhard. Dat geldt trouwens voor veel schermbloemen waarvan er nogal wat uit het Middellandse zeegebied komen. Maar tegen droogte en hitte zijn ze goed bestand en dat maakt ze geschikt voor zandgrond; met hun lange penwortels weten ze ook in droge zomers altijd nog wel wat vocht te vinden. Ideaal dus, die schermbloemen, voor gewetensbezwaarden die liever geen drinkwater in de tuin verkwisten.

Zo’n echte droogteminnaar die zelfs op een tennisbaan wel zou willen groeien is de bergvenkel, Seseli gummifereum. Uit een rozet van fijnverdeeld, vettig aandoend, blauwgrijs berijpt blad verrijst aan het einde van de zomer een stevige, 80 cm lange stengel die bekroond wordt door een groot crèmekleurig scherm. Seseli montanum is wat fijner van bouw en bloeit vroeger in de zomer met kleine schermpjes die roze in knop zijn en naar wit verbloeien.

Lang niet alle schermbloemen bloeien met een plat, of parapluvormig scherm; er zijn er heel wat met kogelronde bloeiwijzen. Die zijn bijvoorbeeld te vinden in het plantengeslacht Ferula. Ferula heeft geen Nederlandse naam, maar reuzenvenkel zou toepasselijk zijn vanwege het blad dat, net als bij venkel, zo fijnverdeeld is dat er wolken van groen ontstaan.

Ferula tingitana is een goede vervanger voor de reuzenberenklauw; de plant wordt zeker twee meter hoog en bloeit met een groep van gele, bolvormige schermen aan een stevige bloemstengel ter dikte van een bezemsteel. Verwacht die bloemen niet in het eerste jaar na het planten, want Ferula tingitana kan er jaren over doen voordat de plant tot bloei komt. Voor die tijd is het bladrozet een wonder van lichtgroen filigrijn dat bijna een vierkante meter van de tuin in beslag neemt. Ferula communis doet er nog een schepje bovenop: de bloemstengel groeit in warme zomer uit tot een hoogte van bijna drie meter. Een bijzonderheid bij deze soort is dat de bloemen niet alleen bovenaan, maar ook halverwege de stengel verschijnen. Ferula’s houden een korte rust in het najaar, maar beginnen dan in december alweer te groeien. Dek daarom bij strenge vorst het blad luchtig af. Het afgestorven blad van andere vaste planten is hiervoor ideaal.

 

Provinciale Dagbladen De Persgroep