Het groene goud van Calabrië

Het begon met een boek: The land where lemons grow, van Helena Attlee. De teelt van citrusvruchten - en dan vooral die van citroenen - in Italië wordt al eeuwenlang bezongen. De dichtregels van Goethe ‘Kennst du das Land wo die Zitronen blühn?’ zijn misschen wel zijn bekendste. Maar dat de citrusteelt zo’n stempel heeft gedrukt op de Italiaanse cultuur heb ik nooit beseft. Totdat ik het boek van Helena Attlee las.

Bergamot 1a

Hierin beschrijft zij onder meer de chinotto uit Ligurië, de bloedsinaasappel die op de hellingen van de Etna groeit, de beroemde limoncellocitroen van Amalfi, de cedraat van de Riviera dei Cedri in het verre zuiden en de bergamot uit Calabrië.

Je hebt van die auteurs die zo enthousiasmerend kunnen schrijven over verre streken dat je de onweerstaanbare drang in je op voelt komen om alle verplichtingen te verzaken, om je koffers te pakken, en om onmiddellijk af te reizen. Dat overkwam mij bij het lezen over de bergamot. Ik raakte zo enthousiast dat ik met grote haast naar het puntje van de teen van Italië vertrok. Want daar, in een strook van 120 km langs de Ionische Zee, wordt de bergamot geteeld.

Veel mensen hebben wel eens van de bergamot gehoord. Maar vaak hebben ze dan de Monarda voor ogen, de vaste plant die ook bergamot wordt genoemd omdat de geur van het gekneusde blad van deze meeldauwgevoelige plant in de verte wel iets aan de geur van bergamot doet denken. Maar tussen de geur van de vaste plant bergamot en die van de citrusvrucht bergamot ligt een wereld van verschil.

De bergamot lijkt wat vorm betreft op een sinaasappel, terwijl de smaak meer weg heeft van een citroen. De kleur is groen als een limoen, verkleurend naar groengeel in december. Het vruchtvlees is oneetbaar, hoewel er allerlei dranken van worden gemaakt. Maar de bergamot wordt op de eerste plaats geteeld om zijn etherische olie die in de schil huist.

Over de herkomst van de bergamot bestaan meer verhalen dan feiten. Sommigen beweren dat Columbus de vrucht heeft meegenomen van de Canarische eilanden, op terugreis van het pas ontdekte Amerika; anderen zoeken de bakermat in Bergamo in Noord-Italië. Omdat veel citrusvruchten Europa vanuit het oosten bereikten is de theorie dat de bergamot afkomstig zou zijn uit Pergamon in West Turkije, nog het meest waarschijnlijk. Ook botanisch gezien is de bergamot een mysterieuze vrucht. De een beweert dat het om een mutatie gaat, terwijl de ander volhoudt dat de bergamot een spontane kruising is tussen een limoen en een bittere sinaasappel. Wat smaak betreft zou dat kunnen kloppen: die is scherp zuur met een bittere bijsmaak. Het zou handig zijn om het DNA van de bergamot te onderzoeken om uitsluitsel te geven, maar bij mijn weten is dat tot nu toe nog niet gebeurd. Wel is bekend dat als je een bergamot zaait, er een bittere sinaasappel ontkiemt. Op een onderstam van deze bittere sinaasappel, of pomerans, wordt de bergamot geënt.

Het allervreemdste is dat de bergamot alleen vruchten van goede kwaliteit draagt op dat smalle strookje land langs de Ionische zee. Omdat de bergamotolie veel geld opbrengt is er geprobeerd om in andere delen van de wereld een bergamotcultuur te stichten, vooral in landen als Ivoorkust en Brazilië en ook in Californië. Maar nergens met veel resultaat. Zelfs aan de overkant van de Straat van Messina, de zeestraat tussen het vaste land van Italië en het eiland Sicilië, wil de bergamot niet gedijen. Het boompje wordt er wel gekweekt, maar vruchten komen er niet aan. En dat terwijl de bergamotboomgaarden van Calabrië hemelsbreed nog geen 10 km verderop liggen.

Het zuiden van Calabrië is een landschap van uitersten; de hoge bergen van de Aspromonte dalen steil af naar de zee. Boven kun je ’s winters skiën; beneden kun je zwemmen. De rivieren die in de bergen ontspringen vormen diepe insnijdingen in het land, van brede beddingen die ’s zomers bijna droog staan maar ’s winters in woeste stromen veranderen. Afgelopen november zijn er nog wegen en stukken spoorlijn door het woeste water weggeslagen. Deze rivierbeddingen, fiumare genoemd, hebben een bijzonder microklimaat. Normaal gesproken is het in Calabrië ’s zomers warm en droog, maar langs die fiumare, ingesloten tussen steile berghellingen, is het in de zomer warm en vochtig. En juist in dat vochtige microklimaat voelt de bergamot zich thuis. Met water dat uit de bergen komt kunnen de boomgaarden worden bevloeid want in de zomerhitte drinkt een bergamotboom zo’n 500 l water per week.

In het begin van de 15e eeuw werden de eerste bergamotboompjes in de buurt van Reggio Calabria aangeplant, niet om hun vruchten maar om hun sterke geur. Alle citrussoorten ruiken bedwelmend, maar de geur van de bergamot overtreft alles. Als de boom in maart en april bloeit is de lucht zwaar van geur. De Calabrezen hebben er zelfs een apart woord voor: zagara. Zelfs wie in het voorjaar op de luchthaven van Catania op Sicilië uit het vliegtuig stapt wordt bijna bedwelmd door de zagara die bij oostenwind over de Straat van Messina komt aanrollen. Het is verleidelijk om te denken dat Michiel de Ruyter nog van die zagara heeft kunnen genieten voordat hij in het voorjaar van 1676 voor de kust van Calabrië sneuvelde.

In 1708 begon de gouden tijd van de bergamot. Toen stelde Gian Paolo Feminis, een Italiaan die in Keulen woonde, een toiletwater samen op basis van bergamot. De geur, die hij omschreef als ‘de geur van een lenteochtend in Italië, van de narcissen in de bergweiden, en van bloeiende citrusbomen na een regenbui’ werd een wereldwijd succes. Dat geparfumeerde water, Eau de Cologne, werd bekend onder het adres van het laboratorium waar Gian Paolo werkte: (Glockengasse) 4711. Eeuwenlang was Eau de Cologne het favoriete parfum van de hogere klassen in Europa. En bergamot ligt ook ten grondslag aan het wereldberoemde Chanel no.5. Tegen het einde van de 18e eeuw werden er in Frankrijk ‘bonbons à la bergamote’ geproduceerd, snoepjes die snel bekend werden als een product dat typisch was voor Nancy. Nu, ruim twee eeuwen later, zijn deze bonbons erkend als cultureel erfgoed van Nancy.

Steeds vaker werd de bergamot toegepast om parfums en etenswaren van geur en smaak te voorzien. Beroemd is de Earl Grey thee, genoemd naar Earl Grey of Howick die van 1830 tot 1835 Eerste Minister was van Engeland. Deze thee, een mengsel van Indiase en Ceylon thee krijgt zijn typerende smaak doordat de theebladeren met bergamotolie worden doodrenkt. Nog altijd is Earl Grey bij veel Engelsen geliefd (hoewel er ook Engelsen zijn die geen Earl Grey drinken. Als Christopher Lloyd in het buitenland logeerde werd er speciaal voor hem vaak Earl Grey thee aangeschaft, dit tot zijn grote ergernis want hij had er een grondige hekel aan.)

Bergamotolie werd vroeger geproduceerd door de vrucht voorzichtig uit te hollen en de schil langs een spons te wrijven. Van tijd tot tijd werd die spons uitgeknepen in een glazen schaal. In 1844 werd de productie gemechaniseerd en in de volgende honderd jaar werden er fortuinen verdiend in de handel in bergamotolie. Dit was het groene goud van Calabrië waar een groot deel van de economie van de streek op steunde. Na de Tweede Wereldoorlog stortte de handel in omdat de parfumindustrie overging op chemisch geproduceerde olieën. Boomgaarden werden verwaarloosd en arbeiders verloren hun werk - werk dat in Calabrië toch al moeilijk te krijgen was. De Calabrezen konden kiezen tussen emigreren en verkommeren. Of lid worden van de ‘ndrangetha, de Calabrese tegenhanger van de Siciliaanse mafia.

Maar in de jaren zeventig van de vorige eeuw keerde het tij. De vraag naar natuurlijke producten nam toe en vooral door de invloed van The Body Shop, een Britse winkelketen in natuurcosmetica, nam de vraag naar bergamotolie weer toe. Daarna werd ook nog eens ontdekt dat bergamot voor nogal wat medicinale toepassingen in aanmerking komt – zo blijkt bergamotolie cholesterolverlagend te werken – en de laatste jaren zit de bergamot weer in de lift. Er worden nu zelfs nieuwe boomgaarden aangeplant.

Mijn zoektocht naar de bergamot begon in Reggio Calabria, de hoofdstad van Calabrië tot 1970, want in dat jaar werd tot woede van de inwoners van Reggio de stad Catanzaro tot hoofdstad benoemd. De enige titel waarop Reggio Calabria nog kan bogen is die van Città del bergamotto: Stad van de bergamot. Het was mijn bedoeling om het Museo del bergamotto te bezoeken en ik vond na enig zoeken inderdaad een uithangbord met die naam erop, maar de deur was dichtgetimmerd en door een bestoft raampje kon ik zien dat het Museo de laatste tien jaar geen bezoekers meer had ontvangen. Geen nood, want het archeologisch museum van Reggio is een tocht naar Calabrië meer dan waard en in de museumwinkel verkochten ze niet alleen piepkleine flesjes met bergamotolie, maar ook een boekje: Il Bergamotto. Ik zat op het goede spoor.

De volgende dag belde ik brutaalweg aan bij het kantoor van productschap van de bergamot, Il Consorzio del Bergamotto. Ik stelde me voor als Nederlandse journalist en vroeg om een interview met een bergamotexpert. En die verscheen na een half uurtje wachten. In een vergaderkamer die sterk naar bergamot geurde, gaf een professore in de agronomie me de cijfers: tegenwoordig beslaan de bergamotboomgaarden een oppervlak van 1500 ha. Er wordt per jaar ongeveer 100.000 liter bergamotessance geproduceerd, waarvan het grootste deel door de parfum- en cosmetica-industrie wordt opgekocht. Het vruchtvlees wordt verwerkt in dranken en ijs. Voor 1liter essence zijn ongeveer 200 vruchten nodig. Er werken meer dan 6000 mensen in de bergamotproductie en de laatste tijd neemt het aantal boomgaarden toe. De naam Bergamotto di Calabria is beschermd.

Mijn Italiaans is niet geweldig, maar als het niet te snel gesproken wordt kan ik het goed verstaan. Het vervelende is dat, zodra een Italiaan in de gaten heeft dat je hem verstaat, hij in zijn enthousiasme steeds sneller gaat praten. Toen ik uitgeput van ons gesprek weer terug was in het stadje waar ik logeerde, besloot ik om eerst maar eens mijn dorst te lessen met een bergamotijsje. IJs genoeg in Calabrië, maar juist het bergamotijs was uitverkocht.

Italianen zijn een vriendelijk volk, maar de Calabrezen spannen de kroon. Zodra ik vertelde dat ik op zoek was naar de bergamot bood iedereen hulp aan. Ik werd overladen met tips en adressen. Zo belandde ik een paar dagen later bij een bergamotboer. Hijzelf was nogal druk – hij stond met kaplaarzen aan in een wijnvat – maar zijn vrouw leidde ons rond in de boomgaard. De bergamot is nogal windgevoelig en rondom de boomgaarden wordt daarom een windkering van olijfbomen geplant. Deze boomgaard lag langs zo’n fiumarole, zo’n kilometerbrede lege rivierbedding waarin veel keien te zien waren, maar geen water. Maar een metersdikke betonnen waterkering gaf aan dat het hier ook wel eens anders kon toegaan. Er stonden twee cultivars aangeplant: ‘Feminello’ en ‘Fantastico’. Er bestaat nog een derde variëteit: ‘Castagnaro’, maar die wordt weinig meer geteeld. De bomen waren tussen de 10 en 50 jaar oud en hingen barstensvol met groene vruchten. De ‘Feminello’ zou grotere vruchten dragen dan de ‘Fantastico’, maar je had veel fantasie nodig om het verschil te zien. En de boomgaard had inderdaad zijn eigen microklimaat: het was bijna november maar het zweet stond op mijn hoofd.

Tegenwoordig is het leeg, in het zuiden van Calabrië; er is nauwelijks werk en hele dorpen zijn verlaten. Maar ooit, in de oudheid was de streek een welvarende Griekse kolonie. In Reggio Calabria, dat toen Rhegion heette, woonden in 500 voor chr. misschien wel meer mensen dan nu. Pythagoras tekende er op het strand zijn driehoeken en bedacht er zijn beroemde stelling. En de Etna met zijn eeuwige rookpluim stak boven alles uit, net zoals nu.

Ik was er in de herfst, in de tijd dat na de eerste regens het verdorde land weer tot leven komt. Overal bloeiden de cyclamen en hoger in de bergen waren de bergen bedekt met goudgele sternbergia’s. De bergamotoogst zou over een paar dagen beginnen. Eerst worden de groene vruchten geoogst, voor de parfumindustrie. Later, in december als de vruchten een gele blos hebben ontwikkeld, wordt de olie voornamelijk als smaakmaker in de voedselindustrie gebruikt. Daarna worden de bomen gesnoeid, waarbij de top van de boom drastisch wordt ingekort omdat de beste vruchten aan de lagere takken rijpen. Als het even kan ga ik terug in april. Naar het land waar dan de bergamot bloeit.

 

De Tuin in Vier Seizoenen