Eekhoorntjesbrood

Opa vertelt: achter mijn lagere school was een bos vol loopgraven. Ook lagen er betonnen platforms. Die waren overgroeid door mos en varens. In de oorlog waren vanaf die platforms V2’s naar Engeland gelanceerd. In het speelkwartier speelden we in de loopgraven, die inmiddels ook bemost waren, en met varens begroeid. Soms vond je er oude kogelhulzen. Ik denk niet dat de onderwijsinspectie zo’n speelkwartier nog zou toestaan.

Die loopgraven raakten ieder jaar meer overwoekerd, maar niemand nam het initiatief om ze dicht te gooien. Ze lagen in het bos als herinneringen aan een toen nog nabije geschiedenis. Sporen in een landschap zijn waardevol. Ze houden de herinnering levend aan wat ooit was.

Vlak bij mijn huis wordt een weg verwijderd. Een unieke gebeurtenis, want overal elders worden wegen aangelegd. Het tracé van de nieuwe weg komt 500 meter verder van ons huis te liggen. Een geweldige verbetering – voor ons in ieder geval.

Langs de te verwijderen weg staan beukenbomen. Nog niet zo lang – zo’n 25 jaar. Ik zeg ‘staan’, maar ik bedoel ‘stonden’. Ze zijn omgezaagd; alleen de stompen steken nog uit de grond. Maar ook die zullen straks worden gerooid en het terrein wordt daarna geëgaliseerd. Een beroemde landschapsarchitect heeft een nieuw plan ontworpen en een herinnering aan de oude weg past daar niet in. Het wordt ongetwijfeld prachtig, maar ik vind het symptomatisch voor deze tijd: wie een nieuw huis betrekt, begint met het slopen van de oude badkamer en de oude keuken. Wie een nieuw landschapspark ontwerpt, rooit eerst de oude bomen, om vervolgens nieuwe te planten. Niets mag hier straks herinneren aan wat er kort tevoren nog was. We gaan liever driehonderd jaar terug in de geschiedenis.

Als er een oude beuk, van laten we zeggen 200 jaar oud, wordt gerooid, is iedereen in rep en roer. Hoe durft de landeigenaar zo’n monumentale boom te verwijderen? Terwijl een beukenboom van 200 jaar oud al lang over de datum is. Over een boom van 25 jaar hoor je niemand, maar ook dat is een heel ecosysteem dat wordt vernietigd.

 

Bomen leven samen met bodemschimmels: de boom produceert suikers via fotosyntese en ruilt die met een schimmel voor mineralen. Beide partijen profiteren. In dit geval is er nog een derde die profiteert, namelijk ik. De schimmels planten zich voort door middel van bovengrondse ‘vruchten’. Die noemen wij paddenstoelen.

Onder beuken groeit vaak eekhoorntjesbrood, mijn favoriete paddenstoel. Wat mij betreft nog lekkerder dan de cantharel. En met die jonge beukenbomen wordt een van mijn vindplaatsen van eekhoorntjesbrood weggevaagd. Is mijn verontwaardiging misschien gekleurd door eigenbelang?

Eekhoorntjesbrood is gemakkelijk te herkennen. De vaak kastanjebruine paddenstoel heeft geen plaatjes onder zijn hoed, maar buisjes.

Eekhoorntjesbrood heet Boletus edulis: de eetbare boleet. Maar veel boleten zijn eetbaar, hoewel de meeste minder lekker zijn. De bittere boleet, Boletus felleus, lijkt wel wat op eekhoorntjesbrood, maar mist de kenmerkende buikige steel van de laatste. De bittere boleet is niet echt giftig, maar één bittere boleet kan wel een hele maaltijd bederven.

De enige zwaar giftige boleet is de satansboleet, een boleet met een dikke rode steel en een beige hoed. De satansboleet is zeldzaam en komt meestal voor op kalkrijke grond, waarvan we in ons land niet zo veel hebben, afgezien van Limburg en de duinstreek. Het vruchtvlees verkleurt naar lichtblauw als je er op drukt, terwijl dat van eekhoorntjesbrood niet verkleurt. Dat maakt verwisseling onwaarschijnlijk. Ook de netstelige heksenboleet is licht giftig. Bij deze paddenstoel verkleurt het vruchtvlees onder druk naar inktblauw. Drukken dus, om boleten goed op naam te kunnen brengen.

Van het eten van giftige boleten ga je overigens niet dood. Je wordt er misselijk van waardoor je moet overgeven, en ze weer uitbraakt voordat ze in je lichaam echt gevaarlijk kunnen worden. Wel kan de misselijkheid een dag aanhouden. Maar de echte killers vind je alleen onder de plaatjeszwammen.